**1.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij zal de bepalingen van artikel 2, lid 1, van deze Overeenkomst toepassen zonder bij de invoer en de uitvoer een douanedocument te doen overleggen of een zekerheidstelling te eisen voor de rechten en heffingen terzake van de invoer, voor laadborden die gemeenschappelijk worden gebruikt op grond van een contract krachtens hetwelk de belanghebbenden:
onderling, van land tot land, laadborden van dezelfde soort uitwisselen in het kader van verrichtingen die internationaal goederenvervoer omvatten;
voor elke soort laadbord rekeningen bijhouden van de aantallen aldus van land tot land uitgewisselde laadborden; en
de verplichting op zich nemen, elkander binnen een bepaalde termijn het aantal laadborden van elke soort te leveren, dat nodig is om met regelmatige tussenpozen op bilaterale of multilaterale grondslag de saldi van de aldus bijgehouden rekeningen te vereffenen.
**2.** De bepalingen van het eerste lid van dit artikel worden slechts toegepast wanneer:
op de laadborden een kenmerk voorkomt zoals is voorzien in het contract tot gemeenschappelijk gebruik, en
het contract tot gemeenschappelijk gebruik is medegedeeld aan de douane-administraties van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen en die administraties voornoemd contract aanvaardbaar hebben geacht op grond van het feit dat zij van oordeel zijn dat de soorten laadborden voldoende nauwkeurig omschreven zijn en dat de juiste uitvoering van het contract voldoende is gewaarborgd.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende de douanebehandeling van laadborden gebruikt bij internationaal vervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 20 januari 1963