**1.** Een voorbehoud met betrekking tot dit Verdrag, gemaakt vóór de ondertekening van de Slotakte, wordt toegelaten indien het door de Conferentie bij meerderheid van stemmen is aanvaard en in de Slotakte is neergelegd.
**2.** Een voorbehoud met betrekking tot dit Verdrag, gemaakt na de ondertekening van de Slotakte, wordt niet toegelaten indien een derde van de ondertekenende of Verdragsluitende Staten daartegen met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen bezwaar maakt.
**3.** De tekst van ieder voorbehoud, dat door een Staat bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt ingediend bij de ondertekening, bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding of bij enige kennisgeving als bedoeld in artikel 19, zal door de Secretaris-Generaal ter kennis worden gebracht van alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend of bekrachtigd of die tot het Verdrag zijn toegetreden. Het voorbehoud zal niet worden aanvaard indien binnen negentig dagen na de datum van kennisgeving een derde van deze Staten daartegen bezwaar maakt. De Secretaris-Generaal zal alle in dit lid bedoelde Staten in kennis stellen van elk bezwaar dat hem zal worden medegedeeld, alsmede van de aanvaarding of de verwerping van het voorbehoud.
**4.** Elk bezwaar, gemaakt door een Staat die het Verdrag heeft ondertekend maar nog niet heeft bekrachtigd, zal ophouden van kracht te zijn indien deze Staat het Verdrag niet binnen negen maanden na de datum van indiening van dat bezwaar zal hebben bekrachtigd. Indien het feit dat een bezwaar niet langer van kracht is, tot gevolg heeft dat het voorbehoud met toepassing van het vorige lid wordt aanvaard, zal de Secretaris-Generaal de in dat lid bedoelde Staten daarvan in kennis stellen. Niettegenstaande de bepalingen van het vorige lid zal de tekst van een voorbehoud niet ter kennis worden gebracht van een Staat, die het Verdrag heeft ondertekend maar niet binnen drie jaren na de datum van ondertekening heeft bekrachtigd.
**5.** De Staat die het voorbehoud indient, zal dat voorbehoud kunnen intrekken binnen twaalf maanden na de datum van de in lid 3 bedoelde kennisgeving van de Secretaris-Generaal, inhoudende dat het voorbehoud overeenkomstig de bepalingen van dat lid is verworpen. In dat geval zal de akte van bekrachtiging of van toetreding of, in voorkomend geval, de in artikel 19 bedoelde kennisgeving ook voor die Staat van kracht worden met ingang van de datum van intrekking. In afwachting van een zodanige intrekking zal de akte of, in voorkomend geval, de kennisgeving niet van kracht zijn, tenzij het voorbehoud met toepassing van de bepalingen van lid 4 later is aanvaard.
**6.** Een voorbehoud dat overeenkomstig dit artikel is aanvaard, kan te allen tijde worden ingetrokken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving.
**7.** De Verdragsluitende Staten zijn niet verplicht aan een Staat die een voorbehoud heeft gemaakt de voorrechten toe te kennen, welke voortvloeien uit de bepalingen van het Verdrag ten aanzien waarvan het voorbehoud is gemaakt. Elke Staat die van deze bevoegdheid gebruik maakt, dient de Secretaris-Generaal daarvan in kennis te stellen, en deze zal hiervan mededeling doen aan de ondertekenende en Verdragsluitende Staten.
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verdrag inzake douanefaciliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 5 juni 1958