Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK TIEN › AFDELING B › ONDERAFDELING C

Artikel 10.21

Omvang van de bescherming

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. De in de artikelen 10.18 en 10.19 bedoelde geografische aanduidingen worden beschermd tegen: het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van waren waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de waren in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren; het gebruik van een geografische aanduiding ter benoeming van waren voor soortgelijke waren55)Voor alle waren wordt „soortgelijke waren” uitgelegd overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst betreffende het gebruik van een geografische aanduiding ter benoeming van wijnen voor wijnen die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, of van een geografische aanduiding ter benoeming van gedistilleerde dranken voor gedistilleerde dranken die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats.die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van de waren is vermeld of de geografische aanduiding wordt gebruikt in vertaling of transcriptie of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie” en dergelijke; en elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs. 2. Deze overeenkomst doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat de consumenten daardoor wordt misleid. 3. Indien de geografische aanduidingen van de partijen gelijkluidend zijn, wordt elke aanduiding beschermd mits deze te goeder trouw wordt gebruikt. De Werkgroep geografische aanduidingen bepaalt de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid. Indien een door deze overeenkomst beschermde geografische aanduiding gelijkluidend is met een geografische aanduiding van een derde land, bepaalt elk van beide partijen de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid. 4. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de Europese Unie of Korea ertoe een geografische aanduiding die in het land van oorsprong niet of niet meer wordt beschermd of er in onbruik is geraakt, te beschermen. 5. De bescherming van een geografische aanduiding uit hoofde van dit artikel doet geen afbreuk aan het voortgezette gebruik van een handelsmerk dat op het grondgebied van een partij werd aangevraagd, geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven vóór de datum waarop bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, mits er in de wetgeving van de betrokken partij geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk zijn. De datum waarop de bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, wordt bepaald overeenkomstig artikel 10.23, lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel