Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK TIEN › AFDELING C › ONDERAFDELING A

Artikel 10.50

Schadevergoeding

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. Elk van beide partijen ziet erop toe dat wanneer de rechterlijke autoriteiten een schadevergoeding vaststellen: zij rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of zij deze als alternatief voor het bepaalde onder a) in voorkomend geval de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken. 2. De partijen kunnen erin voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een vooraf vastgestelde schadevergoeding kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk maakte. 3. In het geval van civiele procedures kan elk van beide partijen, ten minste met betrekking tot door auteursrechten of naburige rechten beschermde werken, fonogrammen en uitvoeringen, alsmede in geval van de namaak van handelsmerken, vooraf vastgestelde schadevergoedingen vaststellen of handhaven, waarvan de houder van het recht desgewenst gebruik kan maken.

Rechtspraak bij dit artikel