Met betrekking tot civiele procedures over auteursrechten of naburige rechten voorziet elk van beide partijen erin dat, zolang het tegendeel niet is bewezen, er een vermoeden bestaat dat de persoon of de entiteit waarvan de naam op de gebruikelijke wijze als de auteur van of houder van een naburig recht op een werk of ander materiaal is aangeduid, de aangewezen houder van het recht op dat werk of materiaal is.
HOOFDSTUK TIEN › AFDELING C › ONDERAFDELING A
Artikel 10.53
Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 december 2015