Elk van beide partijen zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten in geval van een in artikel 10.54 bedoeld misdrijf bevoegd zijn de inbeslagneming van goederen te gelasten wanneer de verdenking bestaat dat het gaat om nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt voor het begaan van het vermeende misdrijf, van bewijsmateriaal met betrekking tot het vermeende misdrijf en van alle vermogensbestanddelen die stammen uit of die direct of indirect zijn verkregen door de inbreuk makende activiteit.
HOOFDSTUK TIEN › AFDELING C › ONDERAFDELING B
Artikel 10.58
Inbeslagneming
Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 december 2015