Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VEERTIEN › AFDELING C › ONDERAFDELING B

Artikel 14.11

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennis geeft van een maatregel die zij heeft genomen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen maatregel is genomen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.10, lid 1, is kennisgegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij krachtens de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, biedt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, als die erom verzoekt, een tijdelijke compensatie aan. 2. Indien de partijen geen overeenstemming over compensatie bereiken binnen 30 dagen na het eind van de redelijke termijn of de bekendmaking van de in artikel 14.10 bedoelde uitspraak van het arbitragepanel dat er geen maatregel is genomen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 14.10, lid 1, is kennisgegeven, niet in overeenstemming is met de verplichtingen van de partij krachtens artikel 14.2, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen op te schorten in een mate die gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de klagende partij haar verplichtingen beoogt op te schorten. De klagende partij kan de opschorting 10 dagen na de datum van kennisgeving laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 4 om arbitrage heeft verzocht. 3. Wanneer de klagende partij haar verplichtingen opschort, kan zij ervoor kiezen haar tarieven tot het voor andere WTO-leden geldende niveau te verhogen voor een hoeveelheid verhandelde goederen die op zodanige wijze wordt vastgesteld dat deze hoeveelheid vermenigvuldigd met de toename van de tarieven gelijk is aan de waarde waarvoor de schending haar voordelen tenietdoet of beperkt. 4. Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting niet gelijkwaardig is aan de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van 10 dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Handelscomité. Het oorspronkelijke arbitragepanel maakt zijn uitspraak over de mate van opschorting van verplichtingen binnen 30 dagen na indiening van het verzoek aan de partijen en het Handelscomité bekend. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft bekendgemaakt en voor de eventuele opschorting wordt de uitspraak van het arbitragepanel in acht genomen. 5. Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 14.5 beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 45 dagen na de indiening van het in lid 4 bedoelde verzoek. 6. De opschorting van verplichtingen is van tijdelijke aard en wordt slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet in overeenstemming is met de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 14.12 met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel