Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VEERTIEN › AFDELING D

Artikel 14.19

Relatie tot WTO-verplichtingen

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. Een beroep op de bepalingen in dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil. 2. Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens dit hoofdstuk, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien kan een partij in verband met een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en de WTO-Overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval kan de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, geen procedure ten aanzien van de identieke verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst meer inleiden in het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak doet. 3. Voor de toepassing van lid 2 worden: procedures voor de geschillenbeslechting krachtens de WTO-Overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen, opgenomen in bijlage 2 bij de WTO-Overeenkomst, hierna „het DSU” (Disputes Settlement Understanding) genoemd, een verzoek om instelling van een panel indient, en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het DSB overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het DSU het verslag van het panel, respectievelijk, in voorkomend geval, het verslag van de Beroepsinstantie, goedkeurt; en procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 14.4, lid 1, een verzoek om instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 14.7 zijn uitspraak bekendmaakt aan de partijen en het Handelscomité. 4. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst belet een partij de opschorting van verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer te leggen. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk op te schorten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel