**1.** Een partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van de opening van een onderzoek als omschreven in lid 2, en overlegt met haar zo vroeg mogelijk vóór de toepassing van een bilaterale vrijwaringsmaatregel, teneinde de informatie die uit het onderzoek naar voren komt, te toetsen en standpunten over de maatregel uit te wisselen.
**2.** Een partij treft een bilaterale vrijwaringsmaatregel slechts nadat haar bevoegde autoriteiten een onderzoek hebben verricht in overeenstemming met artikel 3 en artikel 4, lid 2, onder c), van de in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst opgenomen Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, hierna „Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen” genoemd, waartoe artikel 3 en artikel 4, lid 2, onder c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen mutatis mutandis in de onderhavige overeenkomst worden opgenomen.
**3.** Bij het in lid 2 omschreven onderzoek voldoet een partij aan de vereisten van artikel 4, lid 2, onder a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, waartoe dat artikel mutatis mutandis in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen.
**4.** Elk van beide partijen waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten dit onderzoek afsluiten binnen een jaar na de datum waarop het is geopend.
**5.** De partijen mogen een bilaterale vrijwaringsmaatregel slechts toepassen met inachtneming van de volgende beperkingen:
de maatregel mag enkel worden toegepast voor zover en zo lang zij noodzakelijk is om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en om aanpassing te vergemakkelijken;
de maatregel mag niet langer dan twee jaar worden toegepast, maar deze periode kan met maximaal twee jaar worden verlengd indien de bevoegde autoriteiten van de partij van invoer overeenkomstig de in dit artikel gespecificeerde procedures vaststellen dat de maatregel noodzakelijk blijft om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en aanpassing te vergemakkelijken, en er bewijs is dat de industrie zich aanpast, waarbij de totale toepassingsperiode van een vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, niet langer mag zijn dan vier jaar; en
na afloop van de overgangsperiode mag de maatregel enkel met instemming van de andere partij worden toegepast.
**6.** Wanneer een partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het recht dat overeenkomstig de lijst van die partij in bijlage 2-A (Afschaffing van douanerechten) bij ontbreken van de maatregel van kracht zou zijn geweest.
HOOFDSTUK DRIE › AFDELING A
Artikel 3.2
Voorwaarden en beperkingen
Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 13 december 2015