Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIJF

Artikel 5.8

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. De partijen aanvaarden het concept van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen overeenkomstig de normen van de SPS-Overeenkomst, de Wereldorganisatie voor diergezondheid alsmede het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten, en voeren een passende procedure in ter erkenning van die gebieden, waarbij met relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen rekening wordt gehouden. 2. Bij de vaststelling van die gebieden wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden. 3. Voor vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, brengen de partijen een nauwe samenwerking tot stand om vertrouwen in de door elk van beide partijen voor die vaststelling gevolgde procedures te verkrijgen. Zij streven ernaar dit opbouwen van vertrouwen binnen ongeveer twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te voltooien. De succesvolle voltooiing van de vertrouwen opbouwende samenwerking wordt door het in artikel 5.10 bedoelde Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen bevestigd. 4. Bij de vaststelling van de desbetreffende gebieden baseert de partij van invoer haar eigen vaststelling van de veterinaire of plantgezondheidsstatus van de partij van uitvoer of gedeelten daarvan in beginsel op de door de partij van uitvoer overeenkomstig de normen van de SPS-Overeenkomst, de Wereldorganisatie voor diergezondheid en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten verstrekte informatie, en houdt zij rekening met de vaststelling die de partij van uitvoer heeft gedaan. Indien een partij in dit verband niet de door de andere partij gedane vaststelling aanvaardt, zet zij de redenen hiervoor uiteen en is zij bereid in overleg te treden. 5. De partij van uitvoer levert aan de partij van invoer het nodige bewijs dat de desbetreffende gebieden ziekte- of plagenvrij, respectievelijk gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen zijn en dat waarschijnlijk ook blijven. Hiertoe wordt aan de partij van invoer desgevraagd redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel