Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ZEVEN › AFDELING E › ONDERAFDELING A

Artikel 7.22

Transparantie en vertrouwelijke informatie

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. De partijen beantwoorden met gebruikmaking van de krachtens hoofdstuk twaalf (Transparantie) ingevoerde mechanismen onverwijld alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over: internationale overeenkomsten of regelingen, met inbegrip van die inzake wederzijdse erkenning, die op onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben; en over normen en criteria voor het verlenen van vergunningen aan en de certificering van dienstverleners, met inbegrip van informatie over welke regelgevende of andere instantie over zulke normen en criteria dient te worden geraadpleegd. De normen en criteria omvatten eisen met betrekking tot opleiding, onderzoek, ervaring, gedrag en ethiek, beroepsopleiding en hercertificering, praktijkervaring, plaatselijke kennis en consumentenbescherming. 2. Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen. 3. De regelgevende autoriteiten van elk van beide partijen maken de vereisten, waaronder die inzake documentatie, voor het indienen van aanvragen die op dienstlevering betrekking hebben, openbaar. 4. Op verzoek van een aanvrager stelt een regelgevende autoriteit van een partij die aanvrager in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de autoriteit aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis. 5. Op verzoek van een afgewezen aanvrager stelt een regelgevende autoriteit die een aanvraag heeft afgewezen, de aanvrager voor zover mogelijk in kennis van de redenen voor afwijzing van de aanvraag. 6. De regelgevende autoriteit van een partij neemt over een ingediende aanvraag van een investeerder of een verlener van grensoverschrijdende diensten uit de andere partij binnen 120 dagen een administratief besluit inzake het verlenen van diensten, en stelt de aanvrager onverwijld van dat besluit in kennis. Een aanvraag wordt pas als ingediend beschouwd wanneer alle relevante hoorzittingen zijn gehouden en alle vereiste informatie is ontvangen. Wanneer een besluit niet binnen 120 dagen kan worden genomen, stelt de regelgevende autoriteit de aanvrager hiervan onverwijld in kennis en tracht zij het besluit binnen een redelijk tijdvak daarna te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel