Elke Verdragsluitende Partij kan, op het tijdstip waarop zij dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt of ertoe toetreedt, verklaren:
dat zij zich het recht voorbehoudt in haar nationale wetgeving of in internationale overeenkomsten te bepalen dat de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing zijn op schepen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitoefening van het openbaar gezag;
dat zij zich het recht voorbehoudt in haar nationale wetgeving te bepalen dat de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing zijn op wateren die bij uitsluiting aan de nationale scheepvaart zijn voorbehouden.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnenvaart· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 13 september 1966