Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Filipijnen inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2016

1. De aangezochte administratie houdt op verzoek bijzonder toezicht op: personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte verdragsluitende partij betreden en verlaten; goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan door de verzoekende administratie is medegedeeld dat er een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van de verzoekende verdragsluitende partij bestaat; vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende verdragsluitende partij; panden op het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende verdragsluitende partij. 2. De douaneadministraties kunnen, overeenkomstig hun nationale wetgeving, in wederzijdse overeenstemming en door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het douanegebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel