**1.** Alle staten hebben ten behoeve van hun onderdanen het recht om de visserij op de volle zee uit te oefenen, onder inachtneming van a hun verdragsrechtelijke verplichtingen, b de belangen en rechten van kuststaten zoals neergelegd in dit Verdrag en c de bepalingen vervat in de volgende artikelen betreffende de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee.
**2.** Op alle staten rust de plicht om, zelf of in samenwerking met andere staten, die maatregelen jegens hun onderdanen te treffen, welke nodig zijn voor de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966