Een staat wiens onderdanen de visserij uitoefenen op een of meer visstapels of op andere in zee levende organismen in enig gebied of gebieden van de volle zee waar de onderdanen van andere staten deze visserij niet uitoefenen, zal, indien dit in het belang is van de instandhouding van de betreffende levende rijkdommen, in dat gebied maatregelen nemen jegens zijn eigen onderdanen.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966