**1.** Ieder geschil dat op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 tussen staten ontstaat, zal op verzoek van een der partijen ter beslechting worden voorgelegd aan een bijzondere commissie, bestaande uit vijf leden, tenzij de partijen overeenkomen langs een andere vreedzame weg een oplossing na te streven, zoals voorzien in artikel 33 van het Handvest van de Verenigde Naties.
**2.** De leden van de commissie, van wie er één als voorzitter zal worden aangewezen, zullen worden benoemd in onderling overleg tussen de bij het geschil betrokken staten, binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot bemiddeling, overeenkomstig het in dit artikel bepaalde. Bij gebrek aan overeenstemming zullen zij op verzoek van een van de staten, partij bij het geschil, worden benoemd door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, binnen een nieuwe periode van drie maanden, in overleg met de staten welke bij het geschil zijn betrokken en met de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof en de Directeur-Generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie der Verenigde Naties, uit bekwame personen, behorende tot de onderdanen van staten welke niet bij het geschil zijn betrokken, en gespecialiseerd in juridische, bestuurlijke of wetenschappelijke problemen welke betrekking hebben op de visserij, al naar gelang de aard van het te regelen geschil. Een plaats welke eventueel open valt zal worden bezet op dezelfde wijze als voor de oorspronkelijke benoeming is bepaald.
**3.** Iedere staat, partij in een procedure op grond van deze artikelen, heeft het recht een van zijn onderdanen aan de bijzondere commissie toe te voegen, met het recht volledig deel te nemen aan de werkzaamheden op gelijke voet met de leden van de commissie, evenwel zonder stemrecht of recht deel te nemen aan het opstellen van de beslissing van de commissie.
**4.** De commissie bepaalt haar eigen werkwijze, waarbij zij elke partij alle gelegenheid geeft te worden gehoord en haar standpunt te verdedigen. Zij bepaalt eveneens hoe de kosten en uitgaven tussen de partijen bij het geschil zullen worden verdeeld, indien de partijen hierover niet tot overeenstemming zijn gekomen.
**5.** De bijzondere commissie zal haar beslissing nemen binnen een tijdsbestek van vijf maanden van het moment af waarop zij werd aangewezen, tenzij zij beslist de termijn noodgedwongen met ten hoogste drie maanden te verlengen.
**6.** Bij het nemen van beslissingen zal de bijzondere commissie deze artikelen in acht nemen en zich houden aan die bijzondere afspraken, welke de partijen bij het geschil met betrekking tot de regeling daarvan hebben gemaakt.
**7.** De commissie neemt haar beslissingen bij meerderheid van stemmen.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966