Naar hoofdinhoud
De Italiaanse Regering verbindt zich, vóór 31 December 1951 de vorderingen, welke zijn ingediend door de Nederlandse Regering of door Nederlandse onderdanen, ingevolge de artikelen 75, 76, lid 2, tweede zin, en 78 van het Vredesverdrag, te onderzoeken en de Nederlandse Regering, binnen dezelfde termijn, kennis te geven van de vorderingen welke zijn aanvaard, en van die, welke geheel of gedeeltelijk door de Italiaanse Regering zijn afgewezen; in de laatste gevallen brengen de Italiaanse autoriteiten, door tussenkomst van het Gezantschap der Nederlanden te Rome, alle redenen, waarop haar beslissing is gegrond, ter kennis van belanghebbenden. Wat betreft de vorderingen, welke ingevolge art. 78 van het Vredesverdrag zullen worden ingediend na de ondertekening van deze Overeenkomst, zal de in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn op 31 Mei 1952 aflopen, met dien verstande, dat de Italiaanse Regering niet verplicht is, vorderingen te onderzoeken welke na 31 Augustus 1951 zijn ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel