**1.** De bevoegde autoriteiten van elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen de vergunningverlening waaraan de volgende soorten van internationaal wegvervoer zijn onderworpen liberaal toepassen:
lege binnenkomst op haar grondgebied van autobussen van de andere Overeenkomstsluitende Partij met het doel er personen op te nemen, die zich naar een ander land begeven;
pendelvervoer voor een verblijf van tenminste één week;
vervoer van personen, dat niet valt onder de alinea's a) en b).
**2.** Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „pendelvervoer” verstaan het internationale vervoer, bestemd om personen, die tevoren naar gelang van de duur van het voorgenomen verblijf in groepen zijn samengebracht, van eenzelfde punt van vertrek naar eenzelfde vakantieoord of plaats van toeristische betekenis te vervoeren en om iedere groep in de loop van een later plaats vindende reis aan het eind van het voorgenomen verblijf naar het punt van vertrek terug te brengen. Alle personen die gezamenlijk de heenreis hebben gemaakt moeten gezamenlijk terugreizen. De eerste terugreis en de laatste heenreis van de reeks pendelritten vinden leeg plaats. Alleen de heen- en terugreizen maken deel uit van het pendelvervoer. Behoudens vergunning van de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming mogen vanuit de plaats van bestemming slechts de terugreizen worden ondernomen.
Paragraaf
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden betreffende het wegvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 1958