Naar hoofdinhoud

Artikel IX

Artikel IX

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië betreffende geregelde luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 3 maart 1958

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich dat de bedragen welke van de aangewezen onderneming of ondernemingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden geheven voor het gebruik van de luchthavens en andere technische installaties, niet hoger zullen zijn dan die welke worden geheven van alle andere buitenlandse luchtvervoersondernemingen die gelijksoortige internationale diensten exploiteren. 2. De op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij aan boord genomen motorbrandstoffen en smeeroliën alsmede de ingevoerde reservedelen en normale uitrusting, voor het uitsluitend gebruik door de vliegtuigen welke aan de aangewezen onderneming of ondernemingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij toebehoren en bestemd zijn voor de overeengekomen diensten, zullen op dat grondgebied onder voorbehoud van wederkerigheid een even gunstige behandeling genieten met betrekking tot de douanerechten, inspectiekosten of andere nationale rechten en tarieven als die welke wordt toegepast op alle buitenlandse luchtvervoersondernemingen die gelijksoortige internationale diensten exploiteren. 3. Alle waren welke uitsluitend bestemd zijn voor de bevoorrading van de buffetten van de luchtvaartuigen die de overeengekomen diensten van de aangewezen onderneming of ondernemingen van een Overeenkomstsluitende Partij uitvoeren, zullen zonder douanerechten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij kunnen worden ingevoerd. Terwijl zij zich op dat grondgebied bevinden, zullen zij onder toezicht van de douane blijven. 4. De luchtvaartuigen welke door de aangewezen onderneming of ondernemingen van een Overeenkomstsluitende Partij op de overeengekomen lijnen worden gebruikt, alsmede de motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen, de normale uitrusting en de boordvoorraden, welke aan boord van die luchtvaartuigen blijven, zullen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten en tarieven, zelfs wanneer zij binnen de grenzen welke onontbeerlijk zijn om de overeengekomen diensten te bewerkstelligen zullen worden gebruikt of verbruikt gedurende het verblijf op genoemd grondgebied, maar onder voorbehoud dat zij niet zullen worden verkocht. 5. De volgens lid 4 vrijgestelde artikelen zullen niet mogen worden gelost zonder toestemming van de Douane-autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij. Gedurende de landingen zullen zij onderworpen zijn aan het toezicht van genoemde Autoriteiten, maar zonder dat hun verplaatsing en gebruik, welke om technische redenen geschieden, zullen worden belemmerd.

Rechtspraak bij dit artikel