Naar hoofdinhoud
1. Verzekeringstijdvakken, die door Nederlandse onderdanen tussen 13 mei 1940 en 1 september 1945 op grond van een tewerkstelling tegen beloning in de Duitse rentenverzekering voor arbeiders of de Duitse rentenverzekering voor bedienden vervuld zijn, gelden als vervuld voor de Nederlandse verzekering tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden, indien de werknemer vóór 1 september 1945 zijn werkzaamheden beëindigd heeft en uiterlijk 31 december 1945 in Nederland teruggekeerd is. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde Nederlandse onderdanen vóór de aanvang van hun tewerkstelling in Duitsland niet ingevolge de Nederlandse Invaliditeitswet verzekerd waren, worden zij voor de toepassing van de artikelen 75 en 76 dier wet als verzekerd beschouwd vanaf de dag, waarop zij in Duitsland te werk gesteld werden; deze bepaling geldt slechts, indien het voor de rechthebbende voordeliger is. 3. Op grond van verzekeringstijdvakken, die ingevolge het eerste lid als vervuld gelden voor de Nederlandse verzekering tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden kunnen geen aanspraken worden ontleend aan de Duitse rentenverzekering voor arbeiders en de Duitse rentenverzekering voor bedienden. Voor zover de in het eerste lid bedoelde tijdvakken reeds door Duitse verzekeringsorganen bij de vaststelling van uitkeringen in aanmerking zijn genomen, worden de uitkeringen op verzoek of ambtshalve opnieuw vastgesteld, ongeacht de rechtsgeldigheid van vroegere beslissingen. De tot de nieuwe vaststelling te veel betaalde bedragen worden niet teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel