Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, onder d, in onderling overleg beschermde gebieden voor de droogvallende platen in het grensgebied aanwijzen. 2. In onderling overleg worden handelingen vastgesteld die schadelijk zijn voor de natuurwetenschappelijke betekenis van beschermde gebieden als bedoeld in het eerste lid. Voor deze handelingen is een toestemming vereist. Voor Nederlanders en zich in Nederland bevindende personen wordt die toestemming krachtens Nederlands recht door een Nederlandse, voor Duitsers en zich in Duitsland bevindende personen krachtens Duits recht door een Duitse autoriteit verleend. De controle en handhaving van de naleving van het vergunningensysteem geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 32 en 33 van het Eems-Dollardverdrag van 1960. 3. In de Eemsmonding geldt een jachtverbod voor robben. Met het oog daarop vervalt artikel 42 van het Eems-Dollardverdrag van 1960.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel