Aan de President en functionarissen van het Fonds worden de in artikel 18 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa aangegeven voorrechten en immuniteiten toegekend.
De President van het Fonds geeft nader aan op welke categorieën functionarissen de bepalingen van bovengenoemd artikel van toepassing zijn.
De Secretaris-Generaal van de Raad doet de in artikel 17 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa aangegeven mededelingen met betrekking tot de President van het Fonds alsmede de in de voorgaande alinea bedoelde functionarissen.
De Secretaris-Generaal heeft, na overleg met de President van het Fonds, het recht en de plicht de immuniteit van een functionaris op te heffen telkens wanneer naar zijn oordeel de immuniteit de loop van het recht in de weg zou staan en er afstand van kan worden gedaan zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het bevredigend functioneren van het Fonds. Ingeval het de President van het Fonds betreft, heeft het Bestuur van het Fonds het recht de immuniteit op te heffen.
TITEL IV
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 8 augustus 1978