Het Vestigingsfonds, zijn bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.
Het Vestigingsfonds is vrijgesteld van alle belastingen op het grondgebied van Leden van het Fonds, met betrekking tot transacties en werkzaamheden in verband met leningen die door het Fonds zijn aangegaan ten einde de opbrengsten daarvan, overeenkomstig zijn doelstellingen, aan te wenden ten behoeve van vluchtelingen en bevolkingsoverschotten, of in verband met leningen die door het Fonds zijn verstrekt of gewaarborgd overeenkomstig zijn statutaire bepalingen.
Het Fonds wordt niet vrijgesteld van die belastingen, heffingen of rechten, die niet anders zijn dan retributies voor overheidsdiensten.
De Regeringen van Leden treffen, indien mogelijk, passende maatregelen voor:
vrijstelling van belasting op inkomsten bestaande uit rente van door het Fonds uitgegeven obligaties of aangegane leningen;
vrijstelling of teruggave van accijnzen en belastingen die inbegrepen zijn in de prijzen van roerend en onroerend goed of van bewezen diensten, wanneer het Fonds voor officiële doeleinden omvangrijke aankopen doet of diensten laat verrichten waarbij zodanige accijnzen en belastingen zijn inbegrepen in de totale kosten.
Er wordt geen enkele belasting geheven op door het Fonds uitgegeven of gewaarborgde effecten of obligaties, (of op dividenden of rente daarvan), wie deze ook onder zich heeft:
als daardoor een onderscheid wordt gemaakt ten nadele van zodanige effecten of obligaties alleen omdat ze door het Fonds zijn uitgegeven of gewaarborgd; of
als de enige wettelijke basis van een zodanige belasting wordt gevormd door de plaats of valuta waarin de effecten of obligaties zijn uitgegeven of gewaarborgd, betaalbaar gesteld of betaald, of door de plaats van vestiging van het hoofdkantoor of een door het Fonds aangehouden kantoor of bedrijfsinrichting.
TITEL II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 8 augustus 1978