**(1).** Een debiteur zal niet het recht hebben om zich bij het opstellen van een regelingsaanbod of bij de regeling van een schuld te beroepen op het verstrijken van een verjaringstermijn of een vervaltermijn, voor het geldend maken van aanspraken met betrekking tot die schuld, voorzover die niet vóór 1 Juni 1933 is verstreken, tenzij op een datum, die zal worden bepaald door bedoelde termijnen als opgeschort te beschouwen vanaf 1 Juni 1933 tot aan het aflopen van een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf de datum, waarop deze Overeenkomst en de desbetreffende Bijlage van toepassing zullen worden op die schuld.
**(2).** Onverminderd het bepaalde in lid (1) van dit Artikel, worden, met het oog op het opstellen van een regeling, de in lid (1) bedoelde termijnen van verjaring en van verval, die van toepassing zijn op in effecten belichaamde schulden als bedoeld in de delen A en B van Bijlage I en op die behandeld in Bijlage II van deze Overeenkomst, geacht niet te zijn verstreken vóór de datum, waarop, overeenkomstig het bepaalde in punt 8 (b) van Bijlage I en Artikel 15 van deze Overeenkomst, het regelingsaanbod van de debiteur niet meer door de crediteur kan worden aanvaard.
**(3).** Aanvaardt een crediteur een regelingsaanbod of verklaart hij zich accoord met een regeling voor een schuld overeenkomstig het bepaalde in Artikel 15 van deze Overeenkomst, dan worden daarmede de verjaringstermijnen en de vervaltermijnen voor het geldend maken van aanspraken met betrekking tot die schuld opgeschort.
**(4).** Onder de verjaringstermijnen en vervaltermijnen, bedoeld in de leden (1), (2) en (3) van dit Artikel worden niet verstaan de termijnen voor het in beroep gaan van rechterlijke beslissingen, van scheidsrechterlijke of administratieve beslissingen, noch de termijnen, bedoeld in lid 3 van Deel 12 van de Duitse wet op de verzekeringsovereenkomst, noch de termijnen vastgesteld in de Duitse wetten betreffende de effectenzuivering.
**(5).** De voorgaande bepalingen zullen toepassing vinden, ongeacht de vraag of de termijnen zijn vastgesteld door het Duitse recht of door het recht van een ander land, door een rechterlijke beslissing, een scheidsrechterlijke of een administratieve beslissing, door een overeenkomst of door een andere rechtshandeling. De Bondsrepubliek Duitsland zal er zorg voor dragen, dat de voorgaande bepalingen ook dan zullen worden toegepast door de Duitse rechterlijke instanties, indien de schuldverhouding naar zijn inhoud onderworpen is aan buitenlands recht.
Artikel 18
Verjaringstermijnen
Onderdeel van Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1958