Naar hoofdinhoud

Artikel 32

Scheidsgerecht voor geschillen onder Bijlage IV

Onderdeel van Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1958

(1). Indien een crediteur en een debiteur in overeenstemming met de vijfde alinea van artikel 17 van Bijlage IV van deze Overeenkomst zijn overeengekomen, een geschil aan een scheidsgerecht voor te leggen, dient elk van hen binnen 30 dagen, gerekend vanaf de datum van overeenstemming, een scheidsrechter te benoemen. Indien er meer dan een crediteur of debiteur bij betrokken zijn, wordt de scheidsrechter door de crediteuren of door de debiteuren gezamenlijk benoemd. Indien een partij haar scheidsrechter niet binnen de aangegeven termijn benoemt, is de andere partij bij het geschil gerechtigd, de Internationale Kamer van Koophandel te verzoeken een zodanige scheidsrechter te benoemen. De beide scheidsrechters kiezen binnen 30 dagen, gerekend vanaf de datum van benoeming van de laatstbenoemde scheidsrechter, een derde scheidsrechter als voorzitter. Indien de voorzitter niet binnen deze termijn wordt gekozen, kan elk van beide partijen de benoeming aan de Internationale Kamer van Koophandel verzoeken. (2). Een crediteur, die in overeenstemming met de tweede alinea van artikel 11 van Bijlage IV van deze Overeenkomst bij een scheidsgerecht in hoger beroep gaat, dient binnen 30 dagen, nadat het vonnis van het Duitse gerecht is uitgesproken, hiervan kennis te geven aan de Duitse rechtbank, die de uitspraak heeft gedaan; de debiteur de naam van de scheidsrechter mee te delen, die hij voor het scheidsgerecht heeft benoemd. Na ontvangst van de onder (a) (I) van dit lid van dit Artikel bedoelde kennisgeving zijn alle procedures voor Duitse rechterlijke instanties in die zin geëindigd, dat geen rechten uit het vonnis, voorzover dit betrekking heeft op de schuld, welke het onderwerp van het beroep vormt, kunnen worden afgeleid. Binnen 30 dagen, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de onder (a) (II) van dit lid van dit Artikel bedoelde mededeling, dient de debiteur de naam van de scheidsrechter, die hij voor het scheidsgerecht heeft benoemd, aan de crediteur op te geven. Indien de debiteur deze opgave niet binnen de voorgeschreven termijn verricht, is de crediteur gerechtigd de Internationale Kamer van Koophandel te verzoeken een zodanige scheidsrechter te benoemen. In overeenstemming met lid (1) van dit Artikel dient een derde scheidsrechter als voorzitter te worden gekozen. Een scheidsgerecht, waarvoor een procedure in hoger beroep in overeenstemming met de tweede alinea van artikel 11 van Bijlage IV van deze Overeenkomst aanhangig is, houdt, voorzover de partijen bij de procedure niet anders overeenkomen, zitting in de Bondsrepubliek Duitsland; past de beginselen toe, welke uit de eerste alinea van artikel 11 van Bijlage IV van deze Overeenkomst voortvloeien; behandelt het geschil volledig opnieuw. Indien tijdens een procedure, welke in overeenstemming met de bepalingen van de tweede alinea van artikel 11 van Bijlage IV van deze Overeenkomst voor een scheidsgerecht aanhangig is gemaakt, een vraag aan de Gemengde Commissie wordt voorgelegd in overeenstemming met het gestelde in Artikel 31 lid (2) (b) van deze Overeenkomst, schorst het scheidsgerecht aanstonds de procedure, tot een rechtsgeldige uitspraak door de Gemengde Commissie is gedaan. Nadat een dergelijke uitspraak is gedaan, zet het scheidsgerecht de procedure voort en treft de nodige maatregelen, om de uitspraak toe te passen. (3). Indien een scheidsgerecht de uitleg van Bijlage IV van deze Overeenkomst dient te beoordelen, is het aan de daarvoor in aanmerking komende uitspraken van de Gemengde Commissie gebonden. (4). Indien een lid van een scheidsgerecht overlijdt of wegens ziekte, terugtrekking of niet-nakoming van zijn ambtsplichten uitvalt, wordt de functie binnen 30 dagen, nadat zij opengevallen is, op dezelfde wijze als bij de oorspronkelijke benoeming opnieuw vervuld. (5). Het scheidsgerecht kan bepalen, hoe de proceskosten en de kosten wegens advies worden gedragen, en, in een procedure in hoger beroep volgens lid (2) van dit Artikel, welke partij de proceskosten voor het Duitse gerecht dient te dragen of hoe deze tussen de partijen worden verdeeld. Indien het scheidsgerecht geen beslissing over de kosten neemt, draagt iedere partij bij de procedure haar eigen kosten; de kosten van de procedure voor het scheidsgerecht en in voorkomend geval van de procedure voor het Duitse gerecht worden in dit geval voor de helft door de crediteur of de crediteuren en voor de helft door de debiteur of de debiteuren gedragen. (6). Indien een procedure voor het scheidsgerecht aanhangig is, kan deze alleen met toestemming van alle partijen bij deze procedure worden teruggetrokken. (7). Het scheidsgerecht stelt zelf de bij zijn rechtspleging te volgen regels vast met inachtneming van de bepalingen van dit Artikel en van artikel 17 van Bijlage IV van deze Overeenkomst. Indien dergelijke regels niet zijn vastgesteld of niet toereikend zijn, dienen de door de Internationale Kamer van Koophandel vastgestelde regelingen inzake arbitrage te worden toegepast. (8). De uitspraak van het scheidsgerecht is definitief en bindend voor de betrokken partijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel