Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tunesische Republiek inzake luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 12 juni 1963

Teneinde elke bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren: stemt elk der Overeenkomstsluitende Partijen er mede in, dat de tarieven welke voor het gebruik van haar luchthavens en van de andere faciliteiten door de maatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden geheven of toegestaan, niet hoger zullen zijn dan die welke voor het gebruik van die luchthavens en faciliteiten betaald zouden worden door haar nationale luchtvaartuigen welke voor soortgelijke internationale diensten worden gebruikt; zullen de motorbrandstoffen, smeermiddelen en de reservedelen, welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door de maatschappij of maatschappijen aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij of voor rekening van die maatschappij of maatschappijen worden ingevoerd en welke uitsluitend voor het gebruik van de luchtvaartuigen van deze maatschappij of maatschappijen zijn bestemd, de behandeling genieten, welke wordt toegepast ten aanzien van de nationale maatschappijen of ten aanzien van die van het meestbegunstigde land voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten of andere nationale rechten en heffingen; zullen de motorbrandstoffen, de smeermiddelen en de reservedelen, de normale uitrustingsstukken en het boordproviand, welke aan boord blijven van de burgerluchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van een Overeenkomstsluitende Partij, die gerechtigd zijn de overeengekomen routes en diensten te exploiteren, bij hun aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij hun vertrek vrijgesteld zijn van douanerechten, inspectiekosten of andere soortgelijke rechten, zelfs wanneer deze voorraden door die luchtvaartuigen zouden worden gebruikt of verbruikt tijdens vluchten zonder landing boven dat grondgebied. De voorraden welke de hierboven omschreven vrijstelling genieten, zullen slechts mogen worden gelost met goedkeuring van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Wanneer ze zijn gelost, zullen ze onder douanetoezicht blijven totdat zij voor de hierboven genoemde luchtvaartuigen worden gebruikt of totdat zij weer uitgevoerd worden.

Rechtspraak bij dit artikel