De verzekerde, die in Italië of in Nederland verblijft en die aanspraak wenst te maken op een invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen of wezenrente met samentelling van tijdvakken van verzekering en van premiebetaling overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag, dient zijn aanvrage, in de vorm en binnen de termijn, voorgeschreven door de wetgeving van het land van zijn verblijfplaats, in bij het orgaan, dat ingevolge genoemde wetgeving bevoegd is (in Italië de bevoegde provinciale zetel van het I.N.P.S. en in Nederland de R.v.A.).
De verzekerde moet bij zijn aanvrage zo nauwkeurig mogelijk vermelden bij welk verzekeringsorgaan of bij welke verzekeringsorganen van beide landen hij verzekerd is geweest.
Een aanvrage, welke is ingediend bij een orgaan van het andere land, wordt als geldig beschouwd. In dat geval moet bedoeld orgaan de aanvrage onverwijld doorzenden aan het bevoegde orgaan van het land, waar de verzekerde verblijft onder mededeling van de datum van indiening.
TITEL III › HOOFDSTUK EERSTE
Artikel 13
Artikel 13
Deze tekst geldt sinds 11 februari 1955