Naar hoofdinhoud
Op de arbeiders, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van het Verdrag, zijn de volgende bepalingen van toepassing: De werkgever en de belanghebbenden regelen alle zaken betreffende premiebetaling en uitkeringen rechtstreeks met de bevoegde Italiaanse organen, wanneer het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, Italië is en met de bevoegde Nederlandse organen, wanneer het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, Nederland is. Naar gelang de plaats, waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, in Italië of Nederland gelegen is, reikt de bevoegde provinciale zetel van het I.N.A.M. of het G.A.K. aan ieder van de belanghebbenden een bewijs uit, waarvan het model in gemeen overleg tussen de Algemene Directie van het I.N.A.M. en de Directie van het G.A.K. wordt vastgesteld en dat de verklaring bevat, dat hij onderworpen blijft aan de wetgeving van zijn land inzake de sociale verzekering. Dat bewijs moet, zo nodig, door de vertegenwoordiger van de werkgever in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de arbeider zelf, worden getoond. Wanneer verscheidene arbeiders het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, tegelijk verlaten met het doel om gezamenlijk in het andere land te gaan werken en om tegelijk naar het eerste land terug te keren, kan met één bewijs voor alle arbeiders worden volstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel