**1.** Een Partij voldoet, in overeenstemming met haar wetgeving, aan een verzoek om doortocht van een gevonniste persoon door haar grondgebied indien een zodanig verzoek door de andere Partij is gedaan en die Partij met een derde Staat overeenstemming heeft bereikt met betrekking tot de overbrenging van die persoon naar of van haar grondgebied.
**2.** Een verzoek om doortocht kan worden geweigerd indien:
de gevonniste persoon een van haar onderdanen is; of
het strafbaar feit dat aan de veroordeling ten grondslag lag geen strafbaar feit oplevert ingevolge haar het eigen recht.
**3.** Verzoeken om doortocht en de antwoorden daarop dienen te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten.
**4.** De Partij aan wie verzocht is doortocht te verlenen, mag de gevonniste persoon slechts in bewaring houden voor de periode die voor de doortocht over haar grondgebied wordt vereist.
**5.** De Partij die verzocht wordt doortocht te verlenen, kan gevraagd worden de verzekering te geven dat de gevonniste persoon niet zal worden vervolgd of, behoudens het bepaalde in het vorige lid, aangehouden of anderszins zal worden onderworpen aan enige vrijheidsbeperking op het grondgebied van de doortocht verlenende Staat wegens een strafbaar feit dat gepleegd is, of een veroordeling die is uitgesproken voorafgaand aan zijn vertrek uit het grondgebied van de Staat van veroordeling.
Artikel 15
Doortocht
Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2014