Naar hoofdinhoud
1. Indien ingevolge het bepaalde bij artikel 33 van het Verdrag het orgaan van het ene land verplicht is uitkering te betalen in het andere land door bemiddeling van het orgaan van dat land zendt eerstgenoemd orgaan aan laatstgenoemd orgaan twee afschriften van een verklaring, waarin worden aangegeven het bedrag van de te betalen uitkering in de eigen nationale munt en de voorwaarden, waaronder uitbetaling kan plaats vinden; betaalt laatstgenoemd orgaan de uitkering overeenkomstig bedoelde voorwaarden in zijn eigen nationale munt naar de wisselkoers van de eerste januari of de eerste juli, voorafgaande aan de datum, waarop de betaling plaats vindt. 2. Een orgaan van het ene land, dat een verklaring heeft afgegeven overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel, kan in die verklaring wijzigingen aanbrengen of deze intrekken en stelt het orgaan van het andere land daarvan uiterlijk binnen zeven dagen in kennis. 3. Elke uitkering, welke overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel kan worden uitbetaald, wordt maandelijks achteraf uitbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel