Naar hoofdinhoud
1. Het orgaan van elk land zendt aan het orgaan van het andere land een opgave van de betalingen, welke het uit naam van laatstgenoemd orgaan heeft gedaan over elk tijdvak van zes maanden, eindigende 30 juni of 31 december en, eventueel, van de betalingen, welke niet zijn gedaan, onder vermelding van de redenen daarvan. 2. Het orgaan van laatstgenoemd land draagt daarna zorg voor de overmaking aan het orgaan van het andere land van het bedrag, in de munt van laatstgenoemd land, van de uit zijn naam betaalde uitkeringen.

Rechtspraak bij dit artikel