Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Afdeling II

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966

1. In gevallen waarin de kusten van twee staten tegenover elkaar zijn gelegen of aan elkaar grenzen, is, indien er geen overeenkomst tussen hen bestaat waarin anders wordt bepaald, geen van beide staten gerechtigd zijn territoriale zee uit te strekken tot voorbij de middellijn waarvan elk punt even ver is verwijderd van de dichtstbijgelegen punten van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van elk der twee staten wordt gemeten. De bepalingen van dit lid zijn echter niet van toepassing in gevallen, waarin het op grond van een historische titel of van andere bijzondere omstandigheden noodzakelijk is de territoriale zeeën van de twee staten af te bakenen op een wijze welke afwijkt van deze bepaling. 2. De afbakeningslijn tussen de territoriale zeeën van twee staten die tegenover elkaar zijn gelegen of aan elkaar grenzen, dient te worden aangegeven op officieel door de kuststaten erkende, op grote schaal uitgevoerde zeekaarten.

Rechtspraak bij dit artikel