Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Afdeling III › ONDERAFDELING A

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966

1. Onder voorbehoud van de bepalingen van deze artikelen genieten schepen van alle staten, ongeacht of zij kuststaten zijn of niet, het recht van onschuldige doorvaart door de territoriale zee. 2. Doorvaart betekent het varen door de territoriale zee, hetzij zonder de bedoeling de binnenwateren binnen te varen, hetzij met de bedoeling de binnenwateren binnen te varen of vanuit de binnenwateren de volle zee te bereiken. 3. Doorvaart omvat het stoppen en voor anker gaan, doch alleen voor zover zulks een onderdeel vormt van de normale navigatie of noodzakelijk wordt als gevolg van overmacht of van het feit dat het schip in nood verkeert. 4. De doorvaart is onschuldig zolang zij geen gevaar oplevert voor de vrede, de goede orde of de veiligheid van de kuststaat. Een zodanige doorvaart moet plaats vinden overeenkomstig deze artikelen en de andere regelen van het volkenrecht. 5. Doorvaart van vreemde vissersvaartuigen wordt niet als onschuldig beschouwd, indien zij zich niet houden aan de wetten en voorschriften die de kuststaat mocht hebben uitgevaardigd en openbaar gemaakt om te voorkomen, dat deze vissersvaartuigen in de territoriale zee vissen. 6. Onderzeeboten zijn verplicht aan de oppervlakte te varen en hun vlag te tonen.

Rechtspraak bij dit artikel