Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Afdeling III › ONDERAFDELING B

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966

1. De kuststaat mag een vreemd schip dat door zijn territoriale zee vaart niet dwingen te stoppen of een andere koers te volgen met met het oogmerk zijn rechtsmacht in burgerrechtelijke aangelegenheden uit te oefenen ten aanzien van een persoon aan boord van dat schip. 2. De kuststaat mag geen executoire of censervatoire maatregelen tegen het schip treffen ten behoeve van een civiele procedure, behalve in verband met verplichtingen welke door het schip zijn aangegaan of aansprakelijkheden welke voor het schip zijn ontstaan tijdens of met het oog op zijn reis door de wateren van de kuststaat. 3. De bepalingen van het voorgaande lid doen geen afbreuk aan het recht van de kuststaat om, overeenkomstig zijn wetgeving, executoire of conservatoire maatregelen ten behoeve van civiele procedures te treffen ten aanzien van een vreemd schip dat in de territoriale zee ligt of door de territoriale zee vaart na de binnenwateren te hebben verlaten.

Rechtspraak bij dit artikel