**1.** Op plaatsen waar de kustlijn diepe uithollingen en insnijdingen vertoont, of indien er een eilandenreeks langs en in de onmiddellijke nabijheid van de kust ligt, kan de methode van rechte basislijnen die daarvoor in aanmerking komende punten verbinden, worden toegepast voor het vaststellen van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten.
**2.** Aldus getrokken basislijnen mogen niet aanmerkelijk afwijken van de algemene richting van de kust en de binnen die lijnen gelegen zeegebieden moeten voldoende nauw met het landgebied verbonden zijn om onderworpen te zijn aan het regime der binnenwateren.
**3.** Er mogen geen basislijnen worden getrokken van en naar bij eb droogvallende bodemverheffingen, tenzij er vuurtorens of soortgelijke installaties die duurzaam boven zee uitsteken, op gebouwd zijn.
**4.** In de gevallen waarin overeenkomstig het bepaalde in lid 1 de methode van de rechte basislijnen kan worden toegepast, kan bij het vaststellen van bepaalde basislijnen rekening worden gehouden met bijzondere economische belangen van die betrokken streek, waarvan het bestaan en het gewicht duidelijk uit langdurig gebruik blijken.
**5.** De methode van rechte basislijnen mag door geen staat op zodanige wijze worden toegepast, dat daardoor de territoriale zee van een andere staat van de volle zee zou worden afgesneden.
**6.** De kuststaat dient rechte basislijnen duidelijk aan te geven op zeekaarten, waaraan voldoende bekendheid dient te worden gegeven.
Hoofdstuk I › Afdeling II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966