Naar hoofdinhoud
1. Indien een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst of een gezinslid voor een rechtbank van een staat van herkomst wordt gedagvaard ter zake van een op het grondgebied van de Bondsrepubliek begaan vergrijp tegen Duitse belangen wordt de terechtzitting binnen dat grondgebied gehouden, tenzij zulks in strijd is met de wetgeving van de staat van herkomst, of tenzij de autoriteiten van de staat van herkomst in geval van militaire noodzaak of in het belang van een goede rechtsbedeling voornemens zijn de terechtzitting buiten het grondgebied van de Bondsrepubliek te doen plaatsvinden. In dat geval geven zij de Duitse autoriteiten tijdig de gelegenheid hun opvattingen omtrent een zodanig voornemen kenbaar te maken en houden zij rekening met de opvattingen die laatstgenoemden eventueel kenbaar maken. 2. Indien de terechtzitting buiten het grondgebied van de Bondsrepubliek wordt gehouden, stellen de autoriteiten van de staat van herkomst de Duitse autoriteiten in kennis van plaats en datum van de terechtzitting. Een Duitse vertegenwoordiger is gerechtigd de terechtzitting bij te wonen tenzij de voorschriften van het procesrecht van de staat van herkomst zich hiertegen verzetten of zijn aanwezigheid onverenigbaar is met die veiligheidseisen van die staat die niet tevens veiligheidseisen zijn van de Bondsrepubliek. De autoriteiten van de staat van herkomst stellen de Duitse autoriteiten in kennis van de uitspraak en van de uiteindelijke afloop van het proces.

Rechtspraak bij dit artikel