Naar hoofdinhoud
1. De Bondsrepubliek neemt die wettelijke maatregelen welke zij noodzakelijk acht om op haar grondgebied de veiligheid en de bescherming te verzekeren van de krijgsmachten, de civiele diensten en van de leden daarvan. Het voorgaande is eveneens van toepassing op de gewapende strijdkrachten van een staat van herkomst welke in Berlijn zijn gestationeerd, op hun civiele dienst en op de leden daarvan voor wat betreft vergrijpen begaan op het grondgebied van de Bondsrepubliek. 2. Ter uitvoering van artikel VII, elfde lid van het NAVO-Status Verdrag en van het eerste lid van dit artikel verzekert de Bondsrepubliek in het bijzonder de bescherming van militaire geheimen van de staten van herkomst overeenkomstig de bepalingen van het Duitse Wetboek van Strafrecht inzake hoogverraad; de strafrechtelijke bescherming van een krijgsmacht, een civiele dienst en hun leden, welke bescherming tenminste gelijk is aan die welke de Duitse strijdkrachten genieten of zullen genieten, en wel met betrekking tot de volgende onderwerpen: beïnvloeding van een krijgsmacht, een civiele dienst of hun leden met het oogmerk hun bereidheid tot vervulling van de dienst te ondermijnen; het blootstellen van de krijgsmacht aan smaad; het aanzetten tot ongehoorzaamheid; het aanzetten tot desertie; het bevorderen van desertie; sabotage; het verzamelen van inlichtingen inzake militaire aangelegenheden; het doen functioneren van een militaire inlichtingendienst; het maken van afbeeldingen of beschrijvingen van militaire uitrusting, militaire installaties of inrichtingen dan wel van militaire activiteiten; het maken van luchtfoto's. 3. Voor de toepassing van het tweede lid onder a wordt onder militaire geheimen verstaan feiten, voorwerpen, conclusies en ontdekkingen, in het bijzonder schriftelijke stukken, tekeningen, modellen, formules, of inlichtingen hierover, welke de verdediging betreffen en welke door een dienst van een staat van herkomst, gestationeerd op het grondgebied van de Bondsrepubliek of in Berlijn, in het belang van de veiligheid van die staat of haar krijgsmacht of haar in Berlijn gestationeerde gewapende strijdkrachten, geheim worden gehouden. Hieronder vallen niet voorwerpen over wier geheimhouding de beslissing bij de Bondsrepubliek berust, met inbegrip van inlichtingen over die voorwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel