Indien een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak (vollstreckbare Titel) van een Duitse rechtbank of autoriteit moet worden tenuitvoergelegd tegen een schuldenaar aan wie een bedrag verschuldigd is, hetzij uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij een krijgsmacht of een civiele dienst op de voet van het bepaalde in artikel 56, hetzij uit hoofde van rechtstreekse leveranties of diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst, gelden de volgende bepalingen:
Indien de betaling plaatsvindt door tussenkomst van een Duitse autoriteit, is die autoriteit, indien haar door een instantie die met de tenuitvoerlegging is belast wordt verzocht het bedrag niet aan de schuldenaar maar aan de schuldeiser die beslag heeft gelegd te betalen, gerechtigd aan dat verzoek te voldoen binnen de grenzen van de Duitse wettelijke voorschriften.
Indien de betaling niet plaatsvindt door tussenkomst van een Duitse autoriteit, deponeren de autoriteiten van de krijgsmacht of de civiele dienst, tenzij de wetgeving van de Staat van herkomst dit verbiedt, op verzoek van een instantie die met de tenuitvoerlegging is belast, van de geldsom die zij erkennen aan de schuldenaar tegen wie de executie plaatsvindt schuldig te zijn, het in het verzoek genoemde bedrag bij de bevoegde instantie. Zulks strekt de krijgsmacht of civiele dienst, tot het gedeponeerde bedrag, tegenover de schuldenaar tot bevrijding van haar c.q. zijn schuld.
Voor zover de wetgeving van de betrokken Staat van herkomst de onder i bedoelde betaling verbiedt, nemen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst alle passende maatregelen om de instantie die met de tenuitvoerlegging is belast bij de tenuitvoerlegging van in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen bij te staan.
Artikel 35
Artikel 35
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1998