**1.** Met betrekking tot de legitimatieplicht op het grondgebied van de Bondsrepubliek gelden de volgende bepalingen:
Leden van een krijgsmacht behoeven geen reiswijzer te hebben.
In uniform geklede leden van een krijgsmacht die zich in het verband van een onderdeel onder militair commando verplaatsen, behoeven hun identiteit niet te bewijzen. Indien het bij uitzondering noodzakelijk is onmiddellijk de identiteit van een eenheid vast te stellen, toont de commandant van de eenheid op verzoek van de Duitse autoriteiten zijn persoonlijk identiteitsbewijs.
Leden van een civiele dienst en gezinsleden die geen paspoort of een naar Duits recht gelijkwaardig document bij zich hebben, bewijzen hun identiteit door middel van een door de autoriteiten van de staat van herkomst afgegeven identiteitsbewijs, waarop voorkomen de naam, de geboortedatum en een foto van de houder, een volgnummer of de aanduiding van de autoriteit die het bewijs heeft afgegeven en de hoedanigheid waarin de houder op het grondgebied van de Bondsrepubliek verblijft.
Indien bij uitzondering een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst of een gezinslid niet in het bezit is van de documenten bedoeld in artikel III van het NAVO-Status Verdrag of in dit artikel, nemen de Duitse autoriteiten genoegen met een tijdelijke schriftelijke verklaring van de autoriteiten van de krijgsmacht, volgens welke de betrokken persoon een lid van de krijgsmacht of van de civiele dienst of een gezinslid is.
De autoriteiten van de krijgsmacht vervangen een zodanige verklaring zo spoedig mogelijk door de documenten, bedoeld in artikel III van het NAVO-Status Verdrag of in dit artikel en stellen de Duitse autoriteiten daarvan op de hoogte.
**2.** Met betrekking tot grensoverschrijdingen gelden de volgende bepalingen:
Individuele of collectieve reiswijzers behelzen als regel in het Duits de gegevens bedoeld in artikel III, tweede lid, onder b in het NAVO-Status Verdrag. Reiswijzers waarin bij uitzondering deze gegevens niet in het Duits vermeld staan, worden niettemin door de Duitse autoriteiten als geldig erkend. Reiswijzers worden afgegeven voor één in- of uitreis of voor beide, of zijn geldig gedurende een beperkte periode. De autoriteiten van een krijgsmacht kunnen de geldigheidsduur van een reiswijzer verlengen. De individuele reiswijzer kan worden vervangen door een op het persoonlijke identiteitsbewijs gestelde aantekening die de datum aangeeft waarop de geldigheid afloopt.
De identiteit van een onderdeel dat de grens op een collectieve reiswijzer onder militair commando overschrijdt, wordt aangetoond door zijn commandant die zijn persoonlijk identiteitsbewijs en de collectieve reiswijzer overlegt. Indien de Duitse autoriteiten het bij uitzondering, in verband met bijzondere redenen die door het Duitse grenscontrolepersoneel aan de commandant van de eenheid worden medegedeeld, nodig achten de identiteit van bepaalde leden van een eenheid vast te stellen, legt de commandant van de eenheid de persoonlijke identiteitsbewijzen van die leden over. Dit onderzoek mag voor de eenheid geen aanmerkelijke vertraging ten gevolge hebben.
De controle van identiteitsbewijzen bij binnenkomst of vertrek via militaire vliegvelden van een krijgsmacht is in beginsel gelijk aan de grenscontrole bij grensoverschrijdingen over land. Bij binnenkomst of vertrek via militaire vliegvelden van leden van een krijgsmacht of een civiele dienst of gezinsleden volstaan de Duitse autoriteiten echter met steekproeven die plaatsvinden na overleg met de autoriteiten van het betrokken vliegveld; een regelmatige controle van de identiteit van zulke personen wordt uitgevoerd door de autoriteiten van de krijgsmacht. De controle van de identiteitsbewijzen van personen niet behorend tot de categorieën bedoeld in de vorige volzin, die het grondgebied van de Bondsrepubliek binnenkomen of verlaten via militaire vliegvelden van een krijgsmacht, wordt uitgevoerd door de Duitse autoriteiten, die door de autoriteiten van de krijgsmacht op de hoogte worden gesteld van de aankomst van die personen. Deze controle vindt plaats bij het betreden of het verlaten van het vliegveld.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1963