Naar hoofdinhoud
1. De rechten van de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst, van de leden van een krijgsmacht of van een civiele dienst of van gezinsleden om betaalmiddelen en cheques in valuta van de Bondsrepubliek overeenkomstig de voorschriften bedoeld in artikel XIV van het NAVO-Status Verdrag in te voeren, uit te voeren en te bezitten, worden niet aangetast door de bepalingen van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel. 2. De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst zijn gerechtigd in te voeren, uit te voeren en te bezitten betaalmiddelen en cheques in andere valuta dan die van de Bondsrepubliek en militaire betalingsbonnen in de valuta van een staat van herkomst. 3. De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst kunnen aan de leden van een krijgsmacht en de civiele dienst en aan gezinsleden verstrekken: betaalmiddelen en cheques in de valuta van de Bondsrepubliek, de staat van herkomst, iedere andere staat, voorzover zulks vereist is ten behoeve van goedgekeurde reizen, waaronder verlofreizen zijn begrepen; militaire betalingsbonnen in de valuta van een staat van herkomst; onder voorbehoud echter dat een systeem volgens hetwelk de leden van de krijgsmacht of van de civiele dienst of gezinsleden worden betaald in de valuta van de staat van herkomst, slechts wordt ingevoerd door de autoriteiten van de krijgsmacht in samenwerking met de autoriteiten van de Bondsrepubliek. 4. Uitsluitend voorzover zulks is toegestaan krachtens regelingen die door de autoriteiten van een krijgsmacht worden uitgevaardigd en die aan de autoriteiten van de Bondsrepubliek ter kennis zijn gebracht, hebben een lid van de krijgsmacht of van de civiele dienst en zijn gezinsleden recht: tot invoer van betaalmiddelen en cheques in de valuta van de staat van herkomst en militaire betalingsbonnen in de valuta van een staat van herkomst; tot uitvoer van betaalmiddelen en cheques in andere valuta dan die van de Bondsrepubliek indien de desbetreffende leden of gezinsleden die betaalmiddelen of cheques, hetzij hebben ingevoerd, hetzij van de autoriteiten van de krijgsmacht of hun gemachtigden hebben ontvangen; cheques door een zodanig lid of gezinslid op een financiële instelling of -dienst in de staat van herkomst getrokken; militaire betalingsbonnen in de valuta van een staat van herkomst. 5. De autoriteiten van een krijgsmacht nemen in samenwerking met de autoriteiten van de Bondsrepubliek passende maatregelen om elk misbruik van de rechten toegekend ingevolge het tweede, derde en vierde lid van dit artikel te voorkomen en om het systeem van buitenlandse deviezenregelingen van de Bondsrepubliek te beveiligen, voorzover dit systeem, met inachtneming van de bepalingen van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel, betrekking heeft op een krijgsmacht, een civiele dienst, hun leden en gezinsleden.

Rechtspraak bij dit artikel