**1.** De niet-Duitse niet-commerciële organisaties vermeld in het tweede lid van de op dit artikel betrekking hebbende afdeling van het Protocol van Ondertekening, worden beschouwd en behandeld als integrerende delen van de krijgsmacht.
**2.** De niet-Duitse niet-commerciële organisaties vermeld in het derde lid van de op dit artikel betrekking hebbende afdeling van het Protocol van Ondertekening genieten de voorrechten en vrijstellingen die aan de krijgsmacht ingevolge het NAVO-Status Verdrag en dit Verdrag zijn toegekend, voorzover zulks noodzakelijk is voor de vervulling van de doeleinden, omschreven in het derde lid van die afdeling van het Protocol van Ondertekening. De voorrechten en vrijstellingen met betrekking tot de invoer, de leveranties en de diensten ten behoeve van deze organisaties worden echter slechts toegekend indien die invoer, leveranties en diensten worden verkregen door tussenkomst van de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst, dan wel door tussenkomst van door deze autoriteiten aangewezen aanschaffingsdiensten.
De organisaties bedoeld onder a van dit lid hebben niet de bevoegdheden die de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst ingevolge het NAVO-Status Verdrag en deze Overeenkomst genieten.
**3.** Wat hun werkzaamheden als niet-commerciële organisaties betreft, zijn de organisaties vermeld in het tweede en derde lid van de op dit artikel betrekking hebbende paragraaf van het Protocol van Ondertekening niet onderworpen aan de Duitse voorschriften inzake handel en nijverheid (Handel und Gewerbe). De voorschriften inzake de arbeidsomstandigheden (Arbeitsschutzrecht) zijn niettemin van toepassing met inachtneming van de op dit artikel betrekking hebbende paragraaf van het Protocol van Ondertekening.
**4.** Aan andere niet-Duitse niet-commerciële organisaties kan, in bijzondere gevallen, bij administratieve overeenkomsten dezelfde behandeling worden toegekend als aan de organisaties vermeld in het tweede of derde lid van de op dit artikel betrekking hebbende afdeling van het Protocol van Ondertekening, indien zij:
noodzakelijk zijn om aan de militaire behoeften van een krijgsmacht te voldoen, en
handelen naar richtlijnen en onder toezicht van de krijgsmacht.
**5.** Onder voorbehoud van het gestelde in het zesde lid worden de werknemers die uitsluitend in dienst zijn van de organisaties vermeld in het tweede of derde lid van de op dit artikel betrekking hebbende afdeling van het Protocol van Ondertekening beschouwd en behandeld als leden van een civiele dienst. Zij worden vrijgesteld van belastingheffing in het gebied van de Bondsrepubliek over salarissen en emolumenten die aan hen door de organisaties worden betaald, indien deze salarissen en emolumenten:
onderworpen zijn aan belastingheffing in de staat van herkomst of
berekend zijn op basis van de veronderstelling dat geen verplichting tot belastingbetaling zal ontstaan.
Het onder a gestelde is eveneens van toepassing op werknemers van organisaties aan welke overeenkomstig het gestelde in het vierde lid, een zelfde behandeling is toegekend als aan de organisaties vermeld in het tweede of derde lid van de op dit artikel betrekking hebbende afdeling van het Protocol van Ondertekening.
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op:
statenloze personen,
onderdanen van een staat die geen Partij is bij het Noordatlantische Verdrag;
Duitsers,
personen die hun gewone verblijfplaats in het gebied van de Bondsrepubliek hebben.
Artikel 71
Artikel 71
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1998