Deze Overeenkomst wordt herzien:
wanneer de Overeenkomst inzake de aanwezigheid van buitenlandse krijgsmachten in de Bondsrepubliek Duitsland van 23 oktober 1954, overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van die Overeenkomst, wordt herzien;
op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen na verloop van een tijdvak van drie jaren, te rekenen van de datum van inwerkingtreding af;
ten aanzien van een of meer bepalingen, indien de bepalingen van het NAVO-Status Verdrag waarmee zij rechtstreeks verband houden worden herzien ingevolge artikel XVII van dat Verdrag;
op elk moment op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van een of meer bepalingen indien de verdere toepassing daarvan naar de opvatting van de Partij die het verzoek indient, voor die Partij bijzonder bezwaarlijk zou zijn, of indien deze toepassing van die Partij redelijkerwijze niet zou kunnen worden verwacht; in deze gevallen worden niet later dan drie maanden na de indiening van het verzoek besprekingen geopend; indien na drie maanden van besprekingen geen overeenstemming is bereikt, kan elke Overeenkomstsluitende Partij zich wenden tot de Secretaris-Generaal van de Noordatlantische Verdragsorganisatie overeenkomstig de beslissing van de Noordatlantische Raad van 13 december 1956, met het verzoek zijn goede diensten te verlenen en een der in die beslissing genoemde procedures in te leiden; de Overeenkomstsluitende Partijen schenken de grootst mogelijke aandacht aan aanbevelingen die uit deze procedure voortvloeien;
op elk moment op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van een of meer bepalingen van zuiver technische of administratieve aard.
Artikel 82
Artikel 82
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1963