Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952

(a). Op verzoek van elk der Geallieerde Mogendheden zal de Japanse Regering herzien en wijzigen in overeenstemming met het internationale recht iedere beslissing of elk bevel van de Japanse prijzenhoven in zaken, waarbij eigendomsrechten betrokken waren van onderdanen van die Geallieerde Mogendheden, en zal afschriften overleggen van alle documenten, die de dossiers van deze zaken vormen, met inbegrip van de genomen beslissingen en uitgevaardigde bevelen. In iedere zaak, waarin uit een dergelijke herziening en wijziging blijkt, dat Japan tot teruggave verplicht is, zullen de bepalingen van Artikel 15 van toepassing zijn op de betrokken eigendom. (b). De Japanse Regering zal die maatregelen nemen, welke noodzakelijk zijn om onderdanen van enige Geallieerde Mogendheid in staat te stellen op enig tijdstip binnen een jaar na het tijdstip, waarop dit Verdrag tussen Japan en de betrokken Geallieerde Mogendheid in werking treedt, aan de daartoe aangewezen Japanse autoriteiten enig vonnis geveld door een Japans hof tussen 7 December 1941 en de bovenbedoelde inwerkingtreding, ter herziening voor te leggen. Dit geldt voor elk rechtsgeding, waarin een dergelijk onderdaan niet in staat was zijn zaak op behoorlijke wijze naar voren te brengen, hetzij als eiser, hetzij als gedaagde. De Japanse Regering zal erop toezien, dat, indien een dergelijk onderdaan schade heeft geleden tengevolge van een zodanig vonnis, hij zal worden hersteld in de staat, waarin hij zich bevond vóór het vonnis werd uitgesproken, of hij zal op zodanige wijze worden schadeloos gesteld als onder de gegeven omstandigheden rechtvaardig en billijk zal zijn.

Rechtspraak bij dit artikel