**(a).** Japan doet afstand van alle aanspraken van Japan en zijn onderdanen tegenover de Geallieerde Mogendheden en haar onderdanen, voortvloeiende uit de oorlog of uit handelingen verricht tengevolge van het bestaan van de staat van oorlog, en doet afstand van alle aanspraken, voortvloeiende uit de aanwezigheid, krijgsverrichtingen of handelingen van strijdkrachten of autoriteiten van een van de Geallieerde Mogendheden op Japans gebied vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag.
**(b).** Het afstand doen van aanspraken als hierboven bedoeld omvat ook de aanspraken, voortvloeiende uit stappen ondernomen door enige Gealieerde Mogendheid met betrekking tot Japanse schepen tussen 1 September 1939 en het inwerkingtreden van dit Verdrag, evenals alle aanspraken en schulden ontstaan met betrekking tot Japanse krijgsgevangenen en geïnterneerde burgers in handen van de Geallieerde Mogendheden, maar omvat niet de Japanse aanspraken, welke uitdrukkelijk erkend zijn in de wetten van enige Geallieerde Mogendheid, afgekondigd na 2 September 1945.
**(c).** Op voorwaarde van wederkerigheid doet de Japanse Regering eveneens afstand van alle aanspraken (met inbegrip van schulden) tegenover Duitsland en Duitse onderdanen namens de Japanse Regering en Japanse onderdanen, met inbegrip van tussen de regeringen bestaande aanspraken en aanspraken voor verlies of beschadiging ontstaan tijdens de oorlog, met uitzondering echter van (a) aanspraken met betrekking tot contracten en rechten, aangegaan resp. verworven vóór 1 September 1939, en (b) aanspraken, voortvloeiende uit financiële en handelsbetrekkingen tussen Japan en Duitsland na 2 September 1945. Dit afstand doen doet geen afbreuk aan stappen, ondernomen in overeenstemming met de Artikelen 16 en 20 van dit Verdrag.
**(d).** Japan erkent de geldigheid van alles wat is gedaan en nagelaten gedurende de bezettingstijd krachtens of tengevolge van richtlijnen van de bezettingsautoriteiten of toegestaan door de op dat ogenblik geldende Japanse wetten, en zal geen stappen ondernemen, waardoor Geallieerde onderdanen onderworpen zouden worden aan burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid, voortvloeiende uit een dergelijk handelen of nalaten.
HOOFDSTUK V
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952