**(a).** Behoudens de bepalingen van lid (b ) van dit artikel zal de beschikking over eigendommen van Japan en van zijn onderdanen in de gebieden bedoeld in artikel 2, en hun aanspraken, met inbegrip van schulden, tegenover de autoriteiten, die momenteel die gebieden besturen, en de ingezetenen (met inbegrip van rechtspersonen) daarvan, en de beschikking in Japan over eigendommen van zodanige autoriteiten en ingezetenen, en van aanspraken, met inbegrip van schulden, van zodanige autoriteiten en ingezetenen tegenover Japan en zijn onderdanen, het onderwerp vormen van speciale regelingen tussen Japan en zodanige autoriteiten. De eigendommen van elk der Geallieerde Mogendheden of haar onderdanen in de gebieden bedoeld in artikel 2 zullen, voorzover dit nog niet is geschied, door de besturende autoriteiten worden teruggegeven in de toestand, waarin zij zich thans bevinden. (De uitdrukking onderdanen, wanneer ook gebruikt in dit Verdrag, omvat ook rechtspersonen).
**(b).** Japan erkent de geldigheid van de beschikkingsmaatregelen ten aanzien van eigendommen van Japan en Japanse onderdanen tot stand gekomen krachtens of overeenkomstig de richtlijnen van het Amerikaanse Militaire Bestuur in elk der gebieden bedoeld in de artikelen 2 en 3.
**(c).** Onderzeese kabels, welke aan Japan toebehoren en welke Japan verbinden met gebieden, waarover het Japanse bestuur is opgeheven krachtens dit Verdrag, zullen in twee gelijke helften worden verdeeld, waarbij Japan het Japanse eindpunt en de aan die zijde gelegen helft van de kabel behoudt, terwijl het afgescheiden gebied het overige stuk van de kabel en de daaraan verbonden eindinstallaties behoudt.
HOOFDSTUK II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952