Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1960

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij zal, onder voorwaarde van wederuitvoer en met inachtneming van de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen, vaartuigen en luchtvaartuigen toelaten, welke toebehoren aan personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, en welke hetzij door de eigenaars van deze vaartuigen en luchtvaartuigen, hetzij door andere personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, worden ingevoerd en worden gebezigd voor hun persoonlijk gebruik ter gelegenheid van een tijdelijk bezoek. 2. Deze vaartuigen en luchtvaartuigen moeten gedekt zijn door documenten van tijdelijke invoer, waardoor de betaling gewaarborgd is van de rechten en heffingen ter zake van de invoer en, in voorkomend geval, van de boeten welke, behoudens de bijzondere bepalingen van het vierde lid van artikel 27, door de douane kunnen worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel