Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1960

1. Indien het document van tijdelijke invoer niet op regelmatige wijze is gezuiverd, aanvaarden de douaneautoriteiten van het land van invoer (vóór of na het Verstrijken van de geldigheidsduur van het document) als bewijs van de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of van de losse onderdelen de overlegging van een verklaring waarvan een model is opgenomen in Bijlage 5 van deze Overeenkomst, welke verklaring is afgegeven door een ambtelijke autoriteit (consul, douane, politie, burgemeester, deurwaarder, enz.) en waaruit blijkt, dat het desbetreffende vaartuig of luchtvaartuig of de desbetreffende losse onderdelen aan deze autoriteit zijn getoond en dat zij zich buiten het land van invoer bevinden. Deze douaneautoriteiten kunnen eveneens elk ander bewijsstuk aanvaarden, waaruit blijkt, dat het vaartuig of luchtvaartuig of de losse onderdelen zich buiten het land van invoer bevinden. Betreft het niet een „carnet de passages en douane” en is de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer niet verstreken, dan kunnen deze douaneautoriteiten vorderen dat het bij hen wordt ingeleverd vóór het tijdstip waarop de aanwezigheid van het vaartuig of luchtvaartuig buiten het land van tijdelijke invoer wordt vastgesteld. Indien het een „carnet” betreft, wordt voor het bewijs van de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of de losse onderdelen rekening gehouden met de aftekeningen inzake grensoverschrijdingen, welke daarop zijn geplaatst door de douaneautoriteiten van de landen waar het vaartuig of luchtvaartuig vervolgens is gebezigd. 2. Is een document van tijdelijke invoer tenietgegaan, verloren geraakt of gestolen, terwijl het niet op regelmatige wijze is gezuiverd, ofschoon het desbetreffende vaartuig of luchtvaartuig of de desbetreffende onderdelen weder zijn uitgevoerd, dan aanvaarden de douaneautoriteiten van het land van invoer als bewijs van de wederuitvoer de overlegging van een verklaring waarvan een model is opgenomen in Bijlage 5 van deze Overeenkomst, welke verklaring is afgegeven door een ambtelijke autoriteit (consul, douane, politie, burgemeester, deurwaarder, enz.) en waaruit blijkt dat vorenbedoeld vaartuig of luchtvaartuig of vorenbedoelde losse onderdelen aan deze autoriteit zijn getoond en dat zij zich na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer buiten het land van invoer bevonden. Eveneens wordt door hen elk ander bewijsstuk aanvaard, waaruit blijkt, dat het vaartuig, het luchtvaartuig of de losse onderdelen zich buiten het land van invoer bevinden. 3. Indien een „carnet de passages en douane”, dat betrekking heeft op een vaartuig, een luchtvaartuig of op losse onderdelen, welke zich op het gebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden, teniet is gegaan, verloren is geraakt of is gestolen, dan zullen de douaneautoriteiten van die Partij op verzoek van de desbetreffende organisatie ter vervanging van zulk een „carnet” een document aanvaarden, waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op de vervaldatum van het vervangen „carnet”. Door deze aanvaarding vervalt de vroegere aanvaarding van het tenietgegane, verloren geraakte of gestolen „carnet”. Indien met het oog op de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of van de losse onderdelen, in plaats van een vervangingsdocument een uitvoervergunning of een soortgelijk document wordt afgegeven, wordt de aftekening voor uitvoer welke op die vergunning of op dat document is geplaatst, aanvaard als bewijs van de wederuitvoer. 4. Indien een vaartuig of een luchtvaartuig is gestolen nadat het weder uit het land van invoer is uitgevoerd zonder dat van het uitgaan op regelmatige wijze aantekening is gesteld op het document van tijdelijke invoer en zonder dat het document door de douaneautoriteiten van de landen waar het vaartuig of luchtvaartuig vervolgens is gebezigd, voor invoer is afgetekend, kan het document niettemin worden geregulariseerd, mits het wordt overgelegd door de aansprakelijke organisatie en deze de diefstal voldoende aannemelijk maakt. Indien de geldigheidsduur van het document niet is verstreken, kunnen de douaneautoriteiten vorderen, dat het wordt overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel