Elke staat die partij is streeft ernaar, door inzet van alle geëigende middelen:
de erkenning van, het respect voor en de bevordering van het immaterieel cultureel erfgoed in de maatschappij te waarborgen, met name door:
educatieve programma’s, bewustwordings- en informatieprogramma’s gericht op het algemene publiek, met name jongeren;
specifieke educatieve programma’s en trainingsprogramma’s binnen de betrokken gemeenschappen en groepen;
capaciteitsopbouw voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed, met name op het vlak van beheer en wetenschappelijk onderzoek; en
niet-formele middelen voor kennisoverdracht;
het publiek op de hoogte te houden van de gevaren die dergelijk erfgoed bedreigen en van de activiteiten die worden uitgevoerd ingevolge dit Verdrag;
educatie te bevorderen voor de bescherming van natuurlijke ruimten en plaatsen van herinnering waarvan het bestaan noodzakelijk is om het immaterieel cultureel erfgoed tot uitdrukking te brengen.
Hoofdstuk III
Artikel 14
Educatie, bewustwording en capaciteitsopbouw
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2012