Voor de toepassing van dit Verdrag:
wordt verstaan onder „immaterieel cultureel erfgoed” de praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis, vaardigheden – met inbegrip van de bijbehorende instrumenten, voorwerpen, artefacten en culturele ruimtes – die gemeenschappen, groepen en, in sommige gevallen, individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed. Dit immaterieel cultureel erfgoed, dat van generatie op generatie wordt overgedragen, wordt voortdurend opnieuw gecreëerd door gemeenschappen en groepen in reactie op hun omgeving, hun interactie met de natuur en hun geschiedenis en geeft hun een gevoel van identiteit en continuïteit; hierdoor wordt het respect voor culturele diversiteit en menselijke creativiteit bevorderd. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt uitsluitend immaterieel cultureel erfgoed in aanmerking genomen dat verenigbaar is met bestaande internationale instrumenten op het gebied van mensenrechten en met de vereisten van wederzijds respect tussen gemeenschappen, groepen en individuen alsmede van duurzame ontwikkeling.
manifesteert het „immaterieel cultureel erfgoed” zoals omschreven in het eerste lid van dit artikel, zich onder andere op de volgende gebieden:
orale tradities en uitdrukkingen, met inbegrip van taal als middel om immaterieel cultureel erfgoed over te brengen;
uitvoerende kunsten;
sociale praktijken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen;
kennis en praktijken betreffende de natuur en het universum;
traditionele ambachten.
wordt verstaan onder „bescherming” het nemen van maatregelen gericht op het waarborgen van de levensvatbaarheid van het immaterieel cultureel erfgoed, met inbegrip van identificatie, documentatie, onderzoek, behoud, bescherming, bevordering, versterking, overdracht, met name door formeel en niet-formeel onderwijs, alsmede het revitaliseren van de diverse aspecten van dit erfgoed;
wordt verstaan onder „staten die partij zijn” de staten die door dit Verdrag gebonden zijn en waar dit Verdrag van kracht is.
Dit Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 33 bedoelde gebieden die partij bij dit Verdrag worden in overeenstemming met de in dat artikel vervatte voorwaarden. De uitdrukking „staten die partij zijn” heeft in zoverre ook betrekking op dergelijke gebieden.
Hoofdstuk I
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2012