Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IX

Artikel 38

Wijzigingen

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2012

1. Een staat die partij is kan door middel van een schriftelijke mededeling gericht aan de Directeur-Generaal voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. De Directeur-Generaal verzendt deze mededeling aan alle staten die partij zijn. Indien, binnen zes maanden na de datum van verzending van de mededeling, ten minste de helft van de staten die partij zijn instemt met het verzoek, legt de Directeur-Generaal een dergelijk voorstel voor aan de volgende zitting van de Algemene Vergadering voor bespreking en eventuele aanneming ervan. 2. Wijzigingen worden aangenomen door een twee derde meerderheid van de staten die partij zijn die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen. 3. Zodra wijzigingen van dit Verdrag zijn aangenomen worden zij ter bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding voorgelegd aan de staten die partij zijn. 4. Voor de staten die partij zijn die deze wijzigingen hebben bekrachtigd, aanvaard, goedgekeurd of die ertoe zijn toegetreden, treden zij in werking drie maanden na de nederlegging van de in het derde lid van dit artikel bedoelde akten door twee derde van de staten die partij zijn. Vervolgens treedt de genoemde wijziging voor elke staat die partij is die deze bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt in werking drie maanden na de datum van de nederlegging door die staat die partij is van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. 5. De procedure vervat in het derde en vierde lid is niet van toepassing op wijzigingen van artikel 5 betreffende het aantal staten dat lid is van het Comité. Deze wijzigingen treden in werking op het tijdstip waarop zij worden aangenomen. 6. Een staat die partij wordt bij dit Verdrag na de inwerkingtreding van wijzigingen overeenkomstig het vierde lid van dit artikel wordt, tenzij hij blijk geeft van een andere bedoeling, geacht: partij te zijn bij het aldus gewijzigde Verdrag; en partij te zijn bij het ongewijzigde Verdrag ten aanzien van elke staat die partij is die niet gebonden is door de wijzigingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel